Boekenpretpark: uw uniek culturele investeringskans!
Financieel | Uit de boekenkast
|
01 September 2009 | 11:52:49
Pretparken zijn booming bizniz. De Efteling, Flevoland,
Walibi, Beekse Bergen, Het Europapark, Disneyland, Eurodisney… en na zelfs het
wat literaire Astrix- en Oblixpark gaan er geruchten over de bouw van een
HarryPotterpark!
Wat ontbreekt is een Boekenpark! Het Literaire Pretpark!
Waar je door romans heen kunt lopen, nagebouwde schrijvershuizen bezoeken, de
avonturen van romanhelden live meebeleven! Geaccommodeerd met een Boekenhotel (verhalenthemakamers!)
en een Literaire Restaurant (eet de gerechten uit je favoriete roman!) en de
grootste boekhandel Ter Wereld (waar alle boeken van de wereld te koop zijn) en
afwisselend geanimeerd door gastschrijvers en – voorlezers,
boekenverfilmingsfestivals, een theater waar alleen de grootste toneelstukken
worden opgevoerd die nog altijd tot de verbeelding spreken (Shakespeare ed) een
echte publiekstrekker voor het hele gezin, studenten, scholieren in hun
eindexamenjaar etc!
Boeken en literatuur zijn leuk en grote belevenissen waard!
Meldt u nu aan als investeerder (belastingaftrek mogelijk!) en
ontvang de leeggeschreven vulpenvulling van Een Belangrijk Schrijver als
aanmoediging (zolang de voorraad strekt) of als subsidieverstrekker (een
college met informatie gevolgd door uitgebreid champagnebuffet zal worden
georganiseerd) en wordt deelgenoot bij de realisatie van dit geweldige
initiatief!
(Boeken zijn niet uw ding? Meldt u dan aan voor de onderhanden
andere projecten: een Schilderspretpark, een Pretpark Moderne Kunst, Het
Madurodam Van De Kleinkunst, Het Megageweldige Commerciële Consumptiemaatschappij
Supermarktpark of Het Europese
Cultuurfilm Festivalbelevingspark!!! Mis deze unieke kansen niet!)
Het noterenswaardige uit de radiozending Le masque et la
plume op France Inter van zondag jl. – een panel literatuurcritici olv
opperrecensent Jerome Garcin speelt Literaire Quartett.
Onderwerp zijn de highlights van de Rentrée Littéraire: 650
nieuwe romans, waarvan 400 Frans en daarvan 100 debuten.
Beigbeder zorgde weer voor opschudding: 2 jaar geleden werd
hij betrapt terwijl hij zijn neus poederde op de motorkap van een luxe
sportwagen tegenover een elitenachtclub in een aangeschreven Parijse wijk, en
36 uur in de cel gegooid. Een mooie gelegenheid die overdenktijd uit te buiten
als aanleiding tot een familieroman over de Beigbeders, Un roman Francais,
inclusief een wraak op de procureur die hem zo lang liet vastzetten, regels die
later uit de druk verwijderd werden. De panelleden vragen zich af waarom
Beigbeder banger is voor de uitvoerend rechterlijke macht dan voor president
Nicolas Sarkozy, over wie krasse uitspraken in het boek staan.
De jaarlijkse Amélie Nothomb wordt emotioneel beoordeelt als
beter geschikt voor de afdeling jeugdliteratuur in plaats van voor volwassenen.
Van haar is bekend dat ze graag rot fruit eet, voor deze roman lijkt ze
overgestapt op hallucinogene paddestoelen. Algemeen vindt men het niks. Gekke
naampjes. Nothomb is doorgedraaid (er is sprake van een 9/11 achtige aanslag op
de Eiffeltoren) Een panellid heeft het boek zelfs niet gelezen, maar wel zijn
assistente, die het hem afraadde. Rest van de uitzending grappen over
assistentes die boeken wel of niet lezen. En dat dat de oplossing is alle 650
boeken door te nemen.
Nicolas Fargas schreef een roman over een gepensioneerde die
een roman gaat schrijven omdat hij dat altijd al wilde doen, met als
voordehandliggende ingrediënten de buren, de zomervakantie, familietaferelen. Het
lijkt bedoelt als parodie en geslaagd.
USA president Barak Obama prees een roman van ene Joseph O’Neill
waarin een Nederlandse bankier, Hans, in New York op Wall Street werkt en
moeite heeft al cricketspelend zich van de Europese in de Amerikaanse cultuur
te integreren in de na 9/11 tijd. Of er niet inmiddels genoeg 9/11
romanverwerkingen zijn. Enkele zijn verstoord over de uitgebreide
cricketregels, allen lachen smakelijk om de grap of culturele nuthead Nicolas
Sarkozy ooit een roman zou aanprijzen, of zelfs lezen.
Tot slot werd een onder pseudoniem geschreven debuut in de
stijl van ambtelijke wetstaal gestelde roman geprezen, een kunststukje waar
menige lezer zich op zal stukbijten die niet is ingevoerd in de statelijke
formuleringen en enige jaren franse rechtenstudie in zijn intellecuele bagage
meetorst.
Een franse boekenweek, daarmee zou je het feestelijk jaarlijkse
fenomeen van ‘La rentrée Littéraire’ kunnen vergelijken: de paar weken na de
grote zomervakantie (periode waarin de scholen weer beginnen, en die in het
dagelijkse franse leven gewoon ‘La Rentrée’ wordt genoemd) dat de franse uitgevers
de bulk van de nieuwe uitgaven van het jaar presenteren en naar de boekhandels
sturen.
Een groot feest, waarin de kranten en tijdschriften
overstromen van boekbesprekingen en letterkundige beschouwingen, waarin de
culturele radio- en tv programma’s met schrijvers en critici erin aan het woord
je doen geloven dat het boek nog niet op sterven na dood, de bedreigde
mensensoort van de lezers niet uitgestorven zijn, de mythe van
cultuurveronachtzaming verbroken en je als liefhebber in het land van literaire
melk en honing vertoeft.
Begin januari wordt het nogeens dunnetjes herhaalt, met een
2de rentrée, de kleine, typerend geplaatst na de andere grote
vakantie-familiegebeurtenis: kerst en nieuwjaar, de wintersport.
Terwijl Nederlandse uitgevers de boeken uitgeven wanneer ze
eindelijk zijn klaargeschreven en de schrijver ze jaren achter de steeds
opgeschoven deadlines en opgehoogde voorschoten uit handen durft te geven, als
ze plaats in hun begroting en personeelsbestand hebben, ze denken dat de koper
aan een boek toe is – daar kiezen de franse uitgevers er traditioneel voor
hupsakee alle 600 nieuwe romans van het jaar ineens de markt op te gooien.
Alsof de groenteboer ineens de primeurs van het hele jaar en
alle seizoenen als exclusieve niet te missen verse vitamine- en smaakkansen
kistenhoog winkelpuienuitpuilend opstapelt – de bakker binnen een maand zijn
hele santekraam van zoete broodjes presenteert en de rest van het jaar het
aanbod beperkt tot droog of oud brood – zo kun je het commercieel vergelijken.
Een feest voor even – maar het kan niet alle dagen feest
zijn.
Het is een traditie, die ontstaan is met de liefhebberij,
die we hiervoor ook zagen, over boeken te praten (de lit-rentrée-buzz in de
pers), in de opinieprogramma’s van de negentiende eeuw die de salons zijn, de
littéraire salons, waar bijvoorbeeld De Goncourts aan deelnamen en waaruitvoort
de prestigieuze Prix Goncourt is voorgekomen – inmiddels gevolgd door vele
andere prijzen die zich even wellevend allemaal rond dezelfde tijd toebedelen,
het late najaar van november.
Alle uitgevers willen hun boek op tijd voor een mededinging
aan die verkoop- en aandachtstimulerende prijsuitreikingen – en daaropvolgende argeloze
klantenkerstkadoinkoopkeuzes – in de winkel hebben.
Een rigoureuze afslachting van de minder bedeelden is het
gevolg, de aandacht die de kudde wekt (want elk flutblaadje noteert dat er
ongelofelijke 600 boeken verschijnen) laat alleen de sterke enkeling of de
geluksvogel overleven die het meeste aandacht weet te genereren, frans
haantjesgedrag is gevraagd op de overstromende aanbiedingstafels van de
boekenwinkels.
De klant, immers, heeft maar een beperkt geheugen (en budget
vooral) en koopt meestal niet meer dan 1 of 2 boeken, en niet meer omdat de
winkel ineens stapelhoog nieuwtjes aanbied (net als je niet meer dan een paar
stukken fruit, en 1 brood tegelijk koopt).
Daarbij heeft de klant net al zijn geld uitgegeven aan de
grote vakantie, en families zijn handenvol geld kwijt aan schoolspullen voor het
juist op dit moment aan het leerjaar beginnende kroost.
De wet van winstverwachting, de kostprijs van de vierkante
uitstalmeters, de noodzaak tot omzet zorgt er vervolgens voor dat meerendeel
van die 600 trotse verse boeken kortsterkeren in de verzendkartons teruggestopt
en heengestuurd wordt retour afzender, de uitgevers.
Die in Frankrijk vaak flux overgaan tot versnippering, want voor
een behoorlijk ramsj-systeem haalt de franse literaire wereld nog altijd zijn
neus op.
Waar nog bijkomt dat me opvalt dat veel franse lees- en boekenliefhebbers
meestal wachten op de poketversie, velen hebben wel veel boeken, maar vooral meters
pokets. Of het eraan ligt dat de meeste voor hoogst aangeschreven uitgeverijen
de boeken saai in steeds gelijkend unisono-ontwerp uitleveren en de pokets elk
vrolijk onderscheiden kleurige omslagen heeft, dat kan ook.
Aangezien de oorzaak van de uitbundige Rentrée Littéraire
dus de verwachting op aandacht en verkoopaantallen is, met bovenstaand desastreus
resultaat, ontwikkelen uitgevers de laatste jaren nieuwe strategie-en door
bijvoorbeeld net vóór de grote hoos een Veelbelovend Schrijven aan de
winkelschappen uit te leveren, en echt commerciëlen durven nu zelfs de
jaarlijks verwachte nieuwe van hun raspaard-bestsellerromanauteurs net als hét zomersstrandvakantieboek
te presenteren, juist op tijd het nog voor het koffersladen in te pakken, begin
van het einde van deze eeuwenoude traditie? – Als het aan de uitgevers ligt,
als blijkt dat ze er meer boeken door verkopen, en, logischerwijs, anders niet.
(mogelijk niet, want waar een Beigbeder 2 jaar geleden extra midden IN de
vakantie werd uitgegeven als uitzondering, dit jaar gewoon met de bulk van eind
augustus, en XO, de uitgever die Levy en Musso ed. vóór de strandbaktijd brengt,
kan netzogoed besmeurd toiletpapier met die namen erop uitgeven, de
verkoopaantallen zullen er niet minder om zijn).
Vooralsnog kan de Franse Literaire liefhebber genieten van
het feestelijke gevoel wat dit vrolijke begrip ‘La Rentrée Littéraire’ bij hem
oproept, en hopen dat er in de boekwinkels toch ook bij gewone klanten een
kooproes opgloeit, zoals waarvan andere commerciële verkoopformules wel weten
te profiteren (je komt naar de supermarkt voor die supergoedkope stofzuiger en
bent zo blij dat je je hele karretje vollaad met vanalles en ook dat
stoomstrijkijzer voor een tientje waarvan je niet wist dat je het nodig had
omdat je je spullen altijd naar de stomerij brengt/door je moeder laat doen/ je
oude strijkijzer het gewoon nog doet).
(hulpbronnen en de spitse mening van een paar franse
bloggers:
Deze week is het Simenon-week op de franse radiozender
France Culture en ze zenden elke dag een paar uur interviews en reportages uit
over deze legendarische veelschrijver vooral bekend van de detectiveromans rond
Inspecteur Maigret (een literaire Columbo?).
Ik moet zeggen dat deze achtergrondinformatie motiveert om
weer eens een boekje van deze ‘meester van de sfeertekening’ te lezen (het
miezerregent veel in zijn boeken, in de schemering).
Fans van Martin Bril zullen wel blij zijn te weten dat hij
eens een ‘Maigret-aanval’ had en niet rustte voordat hij ze allemaal in zijn
bezit had en gelezen.
Toen hij met zijn eerste boeken aankwam bij de uitgever
vroeg die ze wat ‘minder literaire’ te maken, want zo zouden ze niet goed
verkopen.
Eerst schreef hij zijn boeken op in spiraalringbanden, met
de hand, en tikte vervolgens de hoofdstukken uit die af waren, maar later hij
schrijven met de hand een te weinig ‘artisanale’, handwerkerige handeling, en
de langzame noteersnelheid wekte ook de neiging in de hand te lang over de te
kiezen woorden na te denken, waardoor de tekst te literaire, teveel opgeleukt
werd.
Hij verhuisde regelmatig om in die nieuwe omgeving dan verse
inspiratie op te doen.
Hij stond dagelijks om 6 uur op, om 10 uur naar bed, had
zijn werkkamer op het zuidoosten om van de zonsopgang te profiteren, waar hij
steeds van genoot.
Dagelijks nam hij eerst de post door, en daarna werd aan de
roman geschreven.
Hij begon met een bakje koffie, daarna thee, middageten,
uileslaapje, bakje koffie, thee, bleek 1,2 liter te zweten op een dag dat hij fulltime
aan een roman werkte en kwam elke voltooide roman in totaal 1 kilo in
lichaamsgewicht aan.
Na de tweede wereldoorlog vluchtte hij naar Amerika omdat
hij verdacht werd van collaboratie: hij leverde zijn teksten aan een Parijs
bedrijf wat in de oorlog werd overgenomen door de Duitsers, zijn contracten
stamden echter van voor die tijd – in tegenstelling hielp hij juist
vluchtelingen in het begin van de oorlog.
Hij wilde niet dat zijn boeken in poket werden verkocht
omdat hij dacht dat dat minder geld zou opleveren, maar dat bleek een
vergissing.
Dagelijks liep hij ongeveer 15 kilometer, bij voorkeur in
vlak landschap en bossen.
Na in 3 maanden weer een roman geschreven te hebben ging hij
de stad in om het met een bezoekje aan een peepshow te vieren.
Alcohol drinken deed hij zelden, een paar keer per jaar een
fles champagne.
Toen hij na het optikken van zijn laatste romantitel (Victor)
begreep dat er niets meer kwam, heeft hij het papier weer uit de typemachine
gehaald en is de stad in gegaan om een dicteerapparaat te kopen om aan zijn
memoires te beginnen.
Hij rookte de hele dag pijp, omdat hij niet kon inhaleren,
en had een enorme voorraad omdat de pijpen absoluut koud moesten zijn, elke
maand hield hij ook een ‘pijpenonderhoudsdag’.
Hij is er erg trots op dat zijn eerstgeboren zoon als eerste
Simenon zijn eindexamen op zak heeft en afgestudeerd is aan een universiteit.
Behalve veelschrijver was hij ook een goed zakenman die goed
geld wist te bedingen voor zijn boeken en films.
Van politiek moest hij niets hebben, vond dat allemaal
huichelaars.
Om te schrijven, vond hij, moet je in goede conditie zijn,
schrijven van romans is topsport, tenminste, het schrijven van 3 romans per
jaar..
Terwijl de alternatieve
editiemogelijkheden sinds de uitvinding van de boekdrukkunst makkelijker dan
ooit voorhanden zijn blijven auteurs trouw aan de traditionele uitgeversbizniz.
Ongetwijfeld omdat het in de literaire wereld geen aanzien heeft zelf je werk
uit te geven, anders dan het bijvoorbeeld gezien het floreren van
youtube-sterretjes is geaccepteerd als nieuw marketing- en promotieconcept in
de muziekbizniz. Blijkbaar ongeldig voor het geschreven woord is de wet die voor
popmuziek beslist dat als tienduizenden je song downloaden, je dan interessant
spul levert en een contract waard bent bij een professionele distributeur en
vertegenwoordiger die je uittilt boven je amateuristische maar niet minder
succesvolle interactieve bestaan.
Komt bij dat het consumeren van
een liedje een stuk makkelijker is dan een hele roman of blog, en ook
nieuwbakken amateur-auteurs er zelf vooral van overtuigd zijn er pas wat toe te
doen of zich geaccepteerd voelen wanneer hun manuscript is geaccepteerd door
een ‘gerenommeerde’ uitgeverij.
Pas daar ook gaat de serieuze
kritiek zich ervoor interesseren, anders dan bij popmuziek struinen recensenten
niet het wereldwijde web af op zoek naar nog onontdekte frisse blaadjes met een
nieuw geluid, origineel concept, verse tekst. In de debuteninterviews op deze
site tijden geleden, kwam naar voren dat de schrijvers vooral schreven omdat ze
het schrijven leuk vonden, maar vooral dat een boek ze leuk leek, over het ideëel
volschrijven van blogs en het internet las je nooit een woord.
Omgekeerd komt het maar zelden
voor dat je een blog aantreft wat je ook in boekvorm kunt bestellen of
downloaden (wat overeenkomt met het youtube-concept immers): hoezeer de
werelden van uitgave en distributie – muziek en geschreven woord – dus ook op
elkaar lijken, hoe verbazend vooruitstrevend de popmuziek en Ehrgeizige muziekmakers
er opgesprongen zijn en met veel bombarie hun voordeel mee halen en hoe
hopeloos stoffig en conservatief, saai de schrijvers en literatoren alle nieuwe
mediamogelijkheden hautain bouderen als de smakeloosheid zelf.
Van der Heijden verwisselt na
30 jaar trouw zijn ‘huisuitgeverij’ Querido voor het even prestigieuze Bezige
Bij. Naar verluidt omdat men hem als topauteur - ‘de kip met de gouden eieren’
in zijn eigen woorden – niet voldoende knuffelt. Vroeger was dat niet nodig,
want toen zat Adri’s geliefde redacteur Anthony Mertens bij Querido, die helaas
moest opgeven na gezondheidsproblemen.
Theodor Holman weet in zijn Het
Paroolcolumn te vertellen dat zowel Bezige Bij als Querido onderdeel vormen van
het De Weekbladpers imperium, en dat het dus eigenlijk niet uitmaakt. Volgens
mij gaat zelfs de post voor beide uitgeverijen, inclusief nog een paar andere,
naar hetzelfde Grachtengordelse adres, zodat de verandering in gewoonten van de
uitgeververwisselende schrijver tot een minimum beperkt kunnen blijven.
30 jaar trouw, en dan hups,
boos en weg. Ondertussen gaf Van der Heijden hier en daar gelegenheidswerkjes
uit bij kleine uitgevers, en meer privéschrijfsels die niet bij ‘het grote
werk’ horen zoals dagboeken en brieven in het Privé Domein. Naar verluidt omdat
men ‘geen aandacht schonk aan zijn schrijversjubileum’. Zijn magnum opus De
Tandeloze Tijd is al uitgeven in cassette, de meeste van zijn andere boeken
kennen ook al speciale herdrukken, wat had er moeten gebeuren? Een leuk boekje
met commentaren van collegaschrijvers en lui uit de grachtengrodel was wel leuk
geweest inderdaad, maar verder? Een De Complete Afth tot nu toe? Een
geraisonneerde bibliografie inclusief vertalingen en oplage-aantallen? Een
Grote Vanderheijdenshow in Carré? Een signeerkaravaan gesponsord door een
Vodkamerk? RTL BN-ers die bij hem komen eten?
Voor de trouwe fans was gewoon
nieuw werk wel het leukste geweest, maar afth neemt daar doorgaans de tijd
voor. Nu weer: aangekondigd bij Querido voor het najaar, dus verzet naar de
bezige bij, volgend voorjaar. Terwijl in mijn achterhoofd staat dat in 2010 al
zijn ‘oerboek’gaat uitkomen, zijn
eigenlijke debuut – waar ik me natuurlijk op verheug (hoewel ik inmiddels
achterloop met het lezen van zijn dikke boeken, mijn bewondering blijft: de
enige schrijver die desondanks sneller schrijft dan je soms kunt lezen..)
Mijn verzameling speciale
uitgaven, voor bedrijfjes en boekhandels die iets te vieren hadden, is ook nog
niet compleet – die gebundeld was ook een mooie geste geweest. Het mocht niet
zo zijn.
De revelatie van Het Grote
Editiegeheim van afth danmaar? Dat afth geheel in den beginne al heel
grootheidswaanzinnige gedichten schreef en die niet beschaamd in een lade
verborgen hield doch ook al eens voor een appel en een ei als
gelegenheidswerkje verpatste in kleine oplage. Dit is mijn cadeautje aan u,
afth fan. Titel kan ik helaas niet leveren, want kan het boekje nu even niet
terugvinden in mijn bibliotheek. Maar u heeft weer wat om naar te zoeken, de
grootste vreugde die je een fanatieke fan geven kunt: geen boekje gewoon
verkrijgbaar tot in elke supermarktboekenhoek, maar de vage notie van het
bestaan van een obscuur gelimiteerd werkje op te duikelen uit stoffige
bibliofiel-antiquarische gaten of spelonken.
In het programma ‘strip-tease’ werd gisteravond op televisiezender
France 3 de coulisse achter de Parijse uitgeverij ‘Heloise d’Ormesson’ uit de
doeken gedaan.
Eerst is er de eminence grise, hooggeletterde heer, lid van
de academie française, en superbestsellerschrijver annex highsociety-held Jean
d’Ormesson – toevallig de vader van Heloise, die die uitgeverij onder haar ‘eigen’
naam begon.
Jean d’Ormesson, voor zijn vergevorderde leeftijd goed
geconserveerd, weigerde voor de camera een sigaar op te steken, hem aangeboden
door zijn schoonzoon, niet toevallig directeur van genoemde uitgever en die
alle touwtjes in handen lijkt te hebben. Jean d’Ormesson die ‘nee, geen sigaar
nu, er zijn camera’s bij!’ – in zijn boeken openhartig zijn eigen leven
verliteratureluurt, altijd de vrijdenker en het hart op de tong speelt, maar
geen sigaar in zn vermolmde bek in een laatavondprogramma.
Enfin. Was daar Meneer de directeur van Editions Heloise d’Ormesson.
En zijn auteurs. De uitgever heeft iets leuks in Parijs voor zijn auteurs: een
appartement waar ze in kunnen werken. Maar dat blijkt gewoon het kantoor van de
directeur, die er niet blij mee is als hij zijn domein aan zijn weinig
rendabele auteurs moet afstaan.
1 werkte er wel 16 uur per dag, een maand lang, zeer
productief dus, en vroeg of hij nog eens mocht. Wat hij wel dacht! Die
bovenwoning kost 2500 euro huur per week, hij verkocht nog geen luizige 20.000
boeken en de uitgever wil ook nog wat verdienen!
Ook een tweede auteur werd afgezeken als ‘onsympathiek’,
gewoon waar ie bij stond. De auteur kreeg gratis een appartement in hartje
Parijs aangeboden ‘met het mooiste uitzicht ter wereld’ en klaagde over het
lawaai de hele tijd, dag en nacht!
Bij een etentje met een autrice van een andere uitgeverij
looft hij haar sexverhaal in de Playboy en vraagt of ze daar meer van heeft.
Ja, ze heeft geld nodig, hij biedt meteen 5000 euro, zij vraagt zich verschrikt
af of haar uitgeverij niet boos zou worden om dit verraad. Neehoor, stelt hij
haar gerust. Jij bent 1 van die twintigers met een mooi koppie en lijfje
waarvan die grote uitgevers er elk jaar 1 of 2 uitgeven en net iets anders
schrijven en die na 2 boekjes hun beloftes hebben ingelost en de investering
meestal is afgeschreven. Ze gooide hem niet eens het glas wijn in het gezicht.
Heloise is ‘het artistieke genie’ van de uitgeverij.
Perfectionistisch. Zij vind het idee van een erotische bundel verhalen maar
niks. Doet er niet toe dat ze al 3 maanden verlies draaien. Wat ons voor haar
inneemt is dat ze vlak voor het einde, voor het vertrek van de vakantie naar
peperduur en bobo-proof Corsica in zit over de bederfelijke waren in de
koelkast: meenemen in het vliegtuig? Die kaas, die zalm, dat potje foie-gras?
Ben je gek moppert D’Ormesson-schoonzoon. Ik kom gvd uit het
13de arrondissement en nu wonen we hier lekker op stand (dankzij
Heloise) en dat is niet om met uitzicht op het Luxembourg met kaas en zalm in
de handbagage op vakantie te gaan! Dat gooit de huissloof wel weg!
Waarna je je nog wel eens 2 keer nadenkt voordat je boeken
van uitgeverij Heloise d’Ormesson gaat kopen.
Leuk detail: Heloise d’Ormesson beweert bij hoog en laag dat
ze de uitgeverij naar haar hebben genoemd in de grote traditie van illustere
uitgevershuizen genoemd naar de stichter: Grasset, Gallimard, noem maar op… en
niet omdat de naam D’Ormesson in literaire kringen zulke hoge ogen gooit…
Overigens komen er bij Editions Heloise d’Ormesson vooral
boeken van salon vrienden en vriendinnen van haar uit, en uit literaire poeder
opgeklopte bouquetromannetjes. Een paar Nederlanders werden vertaald
uitgegeven, oa Grunberg.
(meer over de uitzending zien? Google france3.fr en
strip-tease)
Ook werden er weer een paar korte verhalen (6 woorden!!!) ingegooit.
De presentator was er nogal mee in zn nopjes.
Dat er weinig van verhaal sprake was, viel niemand op, zoals gewoonlijk.
Oordeel zelf:
Tommy Wieringa
te koop feijenoordvlag weinig mee gezwaaid
saskia noort
met zijn oto keihard langs flitspalen
herman koch
ja man wat nee alweer lul
brusselmans
de dood verhulde zijn laatste woorden
(vergeten wie)
72 maagden gedood door vertraagd ontstekingsmechanisme
lowlandsbezoekers
toen je leefde smaakte je beter
orale sex op festivals niet doen
Geinspireerd, en nooit te lullig voor een lolletje, bedacht ikzelf het langste kortste verhaal van 6 woorden:
wat is hottentottenhuurleasekoopfinancieringrententententenenharingenwaterdichtgevoerdenamaaklederlichtbruingekleurdedichtknoopbareopbergwakkenmobieletijdelijkejaarbeursvaardigetentoonstellingsportiersdeurenraamglasschoonmaakmiddelenfotoexpositiefolderreclamepennencolporteursvertegenwoordafdelingshoofopleidingenstageplaatsadvertentiewapenbriefenveloppenpostzegel?
Toen ik een nieuw leven ging beginnen - en andere
waargebeurde verhalen uit de jaren vijftig
Willy van der heide (met introductie van Joyce&co)
Uitgeverij Alexander Jonckx
Antwerpen 1979
Over het fluweelzwarte, rustige golvende water van de Stille
Oceaan gleed een sloep..., bemand met drie jongens: twee Hollandse knapen die
aan de riemen trokken en een Amerikaanse jongen, die achterin aan het roer zat.
De nacht was maanloos, maar de sterren waren helder als
brokjes kristal.
(De strijd om het goudschip)
Willy van der Heide is (vooral) bekend als schrijver van de
succesvolle jongensboekenserie 'Bob Evers' - waarin 3 vrienden, de zuinige Jan
Prins, de dikke en vraatzuchtige, sproetig bleekwangig roodharige Arie Roos
(zoon van een reder) en de Amerikaans gezond gebruinde Bob Evers (wandelende
versie van de Encyclopedia Brittanica) avonturen beleven in de strijd tegen het
kwaad, vaak op pad gestuurd door een soort van FBI.
Toen ik de Pinkeltje en Vergilius van Tuyll kabouterverhalen
voor het slapengaan ontgroeid was (vaag herinner ik me nu ook verhalen over een
dikke bakker, maar de naam is me ontgaan - bakker stoethaspel ofzo?) kwam mijn
vader aanzetten met deze avonturiers. Al snel haalde ik alle boekjes bij de
bibliotheek om ze met rooie oortjes tot diep in de nacht bij het zaklamplicht
onder het dekbed uit te lezen. Je meende nooit gesnapt te worden, maar nu weet
je natuurlijk dat een zaklamp dwars door zo'n dekbed heen schijnt, en van jongs
af aan mijn letterkundige vorming blijkbaar oogluikend moet zijn toegestaan...
maar het half illegale genot van de doldwaze avonturen moet zeker aan de mythe
die er rondom die jongensboeken ontstaan is hebben bijgedragen.
Ik weet nog dat ik later met 2 vrienden een driemanschap heb
gevormd - een idealistisch jongensverbond, jan bob en arie irl - waarmee we
vanaf de brugklas het leven zouden ontdekken, samen ons cultureel vormen met
klassiek, pop en jazzbezoek, naar toneel, opera en ballet, voetbal, basket en
autoracewedstrijden, de literatuur bestormen, eten in snackbars en
sterrenrestaurants, naar de hoeren van Yap Jum tot de travo op de afwerkplek...
ja, samen zouden we het volle leven leren kennen (we twijfelden of we ook echt
japanse cultfilmhuisfilms moesten gaan zien die vijf uur duren en waar dan niks
in gebeurt, want er zijn grenzen natuurlijk)
Zover is het nooit gekomen. Bij het eerste operabezoek waren
we maar met zn 2-en, Wolfgang Amadeus Mozarts potente Da Ponte opera Don
Giovanni door een provinciaal gezelschap in de Amsterdamse Stadsschouwburg -
aan het Leidsche Plein, dus eerst indrinken in een café daar - wat tot gevolg
had dat ik van de eerste acte maar bitterweinig mee had gekregen omdat ik
alleen maar naar het toilet wilde om mijn blaas te legen. Een tweede keer waren
we wel samen naar een balletvoorstelling in Utrecht, maar zo saai dat we uit de
zaal werden gezet omwege de kwajongesachtige initiatieven die we ontwikkelden
om deze te verdrijven - en sindsdien - vriendinnen, verplichtingen, vallende
geestelijke gestoordheid - is er niets meer van gekomen. Ik zit nu in Frankrijk
(met hangen en wurgen en tegen beter weten in houd ik me altijd aan mijn
voornemens), de ander is leraar met een gezellig en gelukt gezinnetje en de
derde heeft uiteindelijk de leiding overgenomen van het familiebedrijf wat met
harde hand en winstbejag geleid wordt ondanks de idealistische sociale
zweefstudie waar ons driemanschap hem destijds aan verloor. (natuurlijk lukten
er ook wel dingen in deze clubgeest die ergens ook aan Voskuils ervaringen van
Bij nader Inzien (en verder) doen denken: zo waren we ooit samen figurant voor
de bewonderde Leon de Winter, discussieerden we strand- en bos- en
heidewandelingen en nachtenlang over filosofie, deelden vriendinnen en flessen
wijn - etceterae en enfin)
Daar staan dan die 30 Bob Evers boeken. Een mooie
herinnering, troost die je nog lange hete zomerdagen doorsleept - althans dat
schreef Geerten Meijsing er ergens over. Deze literaire schrijver immers, is
een van de initiatiefnemers van de Willy van der Heide fanclub, en bestormde de
literatuur met een vriendengroepje gedoopt 'Joyce&co', en ongetwijfeld
gemodelleerd naar Bob Evers. Onverbloemd begint de roman waarin hij zijn
literaire wel en wee in verhaalt, De Grachtengordel, met een jongensclubje wat
de literatuur gaat bestormen en daarvoor eerst in een soort van commando de
Amsterdamse Grachtengordel infiltreert, helemaal vanuit Haarlem. Er is een
zuinige Jan Prinsfiguur die op de centjes let, een veelvratige Arie Roos, die
altijd honger heeft en het geld het liefst met bakken uitgeeft om de standaard
hoog te houden en de eigenwijze betweterige, van encyclopedische kennis
uitpuilende Bob Evers -figuur. (enfin leest u daar maar verder, de moeite
waard!)
Niet verwonderlijk dat het pseudoniem van Geerten Meijsing aldus
een achterflaptekst schreef die zich laat lezen als een aanbevelend voorwoord.
(ik kan het u niet onthouden: 'Niet iedereen is het
twijfelachtig genoegen vergund persoonlijk de schrijver van deze turbulente
verhalen te kennen. () Nu eens hoort men in de stem het bulderend gelach van de
goden die zich vrolijk maken over de blinde worsteling van de sterveling met
zijn grillig noodlot, dan weer scherpt men de oren voor een waanzinnig aftands
blues accoord van een sfeer die in enkele korte phraseringen als een vignet
wordt opgezet: maar in alle gevallen is zijn taal muziek. Het ritme van de
zinnen, de trefzekerheid van het woordgebruik, het haarscherpe oor voor dialoog
- het is de puurste jazz.
Deze verhalen spelen in de jaren vijftig - nu eens niet van
dat enge, kleffe, treurige, maar comediewerk van hier onbekende klasse: men zij
gewaarschuwd voor stuiptrekkingen, hik en buikpijn)
De verhalen - die voorvallen uit het leven van de schrijver
behelzen - zijn alle stuk voor stuk inderdaad even leesbaar, verrassend als
lolbroekig. Leest u het zelf maar, onder welke avontuurlijke
levensomstandigheden de boeken van Bob Evers werden geschreven, en nog veel
ander werk van deze - als 'menselijke schrijfmachine' te omschrijven
levenslustige auteur.
Nog even het begin van stampij om een schuiftrompet:
Mijn telefoon rinkelde. Wat doe je dan? Je neemt het ding
op.
'Hallo? Met Van der Heide.'
'Zeg, nar - je spreekt met Schilperoort.'
'Ha, genie.'
Ik, Willy van der Heide, teboeksteller der avonturen van de
heren Rooos, Prins en Evers, moet dit verhaal bveginnen met mijzelf, om de
suf-eenvoudige reden, dat het zesentwintigste avontuur van deze Bob-Evers-serie
begon, doordat ik werd opgebeld door Peter Schilperoort.
En dan nog deze anecdote: men kan de Bob Evers serie - en de
figuren Arie, Jan en Bob eigenlijk niet voorstellen zonder de Encyclopedia
Brittanica, die legendarische encyclopedie die je in je boekenkast moest hebben
staan om erbij te horen, voordat de Winkler Prins aan de bak ging. De
werkelijkheid wil dat het hier om een goeie bak geslaagde sluipreclame gaat,
desondanks perfect geïntegreerd in de avonturen en personages. Willy werd door
de Nederlandse vertegenwoordiger gecontacteerd met dit doel, en tegen een
bizarre vergoeding, van een paar kisten coca cola per maand, schreef hij die
encyclopedie erin.
Voorwaar een bijzondere aktie, maar de haken en ogen die de
lucratieve maar vooral lollige overeenkomst voor zorgde daar leest u zelf maar
over - tot aan contractbreuk - jammer, en eigenlijk onmogelijk want, tenminste
voor de Bob-Evers fans, is die Brittanica onlosmakelijk voor altijd met de
doldwaze avonturen verbonden.
(een plan wat Geerten Meijsing dan ook weer verwerkt in zijn
Grachtengordels romanesque avonturen op zoek naar financiering van zijn
literaire plannen - maar ook: leest u daar dus!)
Compromitteerd winstbejag de boekbespreker? Het zou natuurlijk niet mogen, maar de mens is zwak en de verleiding tot het spekken van de bankrekening, gewoon met een paar vriendelijke woorden, is sterk.
Sander Kooistra (1951) is, blijkens een introductie van zichzelf op zijn site, schrijver van succesvolle beleidsaanbevelingen en subsidieaanvragen en nog wat tekstuele humbug die de ambtelijke molen draaiende houdt - en nu wil hij ook literaire aan de bak, want dat is het enige waar je serieus op afgerekend wordt als schrijver, of op het laatst in het hiernamaals.
Je hele leven zakelijke kletspraat getikt, dikke boterhammen mee verdient, en nu in een verlate midlifecrisis moet het roer om: literatuur! Een roman! Met de dreigende leegte van het pensioen in de nek een goed idee, dat je tijd hebt eregast te zijn op theekransbijeenkomsten van boekenclubjes, na de vijf in de klok mag de sherry ook open!
Ter meerdere eer en glorie, en pr waarschijnlijk, is hij een eigen internetsite gaan volschrijven over het Literaire schrijven - en hij heeft besloten dat het leuk is een paar boeken die over het schrijven van boeken handelen te recenseren. Een nobel initiatief.
Tot je aan het einde van zijn recensies-introductie het volgende leest:
Wanneer een bezoeker van mijn site een boek koopt bij Boek.Net krijg ik daar commissie over: 5%. Een boek van € 15 levert mij dus 75 eurocent op. Dat is geen groot bedrag, maar eigenlijk bizar veel, als je bedenkt dat de schrijver van het boek niet meer dan 10% ontvangt (in dit voorbeeld 150 eurocent per boek). Hoe dan ook, ik incasseer
En het ergste vreest: hier zullen wel geen boeken, die het tot recensie schoppen, worden afgeraden.
Een kleine steekproef leert dat ze inderdaad steevast met de volgende formules worden afgesloten:
een aanrader voor iedereen
Een lekker boek () met plezier gelezen. Erg geschikt voor enthousiaste jongelingen () Ook een leuk cadeau.
Aanrader
Dit boek is een aanrader voor iedereen
Dit boek biedt een vracht aan zinvolle informatie (...) Aanrader.