
Standaard Boekhandel, Antwerp: frivool en elegant: barok Belse standaard
De eerste kritiek op het boekenweekgeschenk van de
Nederlandse boekenweek is uiteraard dat een Vlaming ze geschreven heeft,
terwijl er nog zoveel Nederlandse schrijvers staan te popelen om meer
populariteit of het niet geringe zakcentje wat voor 90 pagina’s schrijven
geïncasseerd kan worden, goed kunnen gebruiken met de gekorte subsidies in de
kultuur en kunstsector. Mogelijk is het omdat bijv. een schrijver als Geerten
Meijsing op dusdanige Hoogten staat dat hij pas, net als een Reus als
bijvoorbeeld Hermans, eerst na zijn pensioen en net voor wegens dementie
wegsluiting in een oudemannetjeshuis wordt gevraagd de eervolle opdracht te
vervullen om zich aan het werk te zetten voor een boekwerk, wat de grootste
eerste oplage ter wereld kent, maar het vervolgens wel bij die eerste druk
laat. Mogelijker gaat het om andere overwegingen, redeneringen waarbij het
zelfs logisch wordt een vertááld boek van een Salman Rhusdie in te kunnen
zetten ter promotie van het Nederlandse boek, en als we toch zo leuk aan het doordenken
zijn, begrijpt iedereen dat dit niet al te flatterend voor deze internationale
bestsellerauteur is, voor zulke aktie gevraagd te worden…
Soit! Een boekhandelaarster hoorde ik Lanoye uitspreken
als Laahnooieje, daarom staat de goede uitspraak voor op het boekje onder de
titel – maar voor ‘novelle’ – opdat daar geen misverstand over verstaan –
waarbij er blijkbaar van begrip van [lanwa:] op die plaats wordt uitgegaan voor
de gemiddelde kaftlezer – wel, gelukkig behoor ik daar niet toe: eerst na uitgebreide
bestudering bevatte ik wat er, mogelijk, mee bedoelt werd. In ieder geval heeft
het met de inhoud verder niets te maken, en gelukkig maar.
Lanwaas boeken las ik graag tot ik op een gegeven moment
genoeg had van de Vlaamsche Lol en françoie woordjes maar tot die tijd stond de
schrijver bij mij hoog aangeschreven, stijl en vorm, viel niets op aan te
merken, behalve dan dat het misschien te vet er op gelegd werd, dat lollige,
zoveel smeuiger Vlaamsch ten opzichte van het Beschaafde Nederlands waar Hollandsche
schrijvers over het algemeen aan worden gehouden – tenminste als ze niet voor
een multiculturele touch mogen zorgen om echt een indruk te geven van wat in
het land voor een doorsnede van het Algemeen doorgaat.
Zo struikelde ik dan ook hier op de eerste bladzijden een
paar maal over een overduidelijk elegant Vlaamsch woord – en of het
literair-technisch te verdedigen is doet er hier niet toe, want in het vervolg
bleken de plezante Vlamiseringen achterwege en Lano;ei-je zich prachtig op het
Algemeen Nederlandse Lezerspubliek gericht te hebben en zijn uitspattingen
geheel te hebben ingebonden, ten faveure van een prachtig dramatisch verloop
der gebeurtenissen, zonder overbodige uitwijdingen, of inkortingen wegens
plaatsgebrek, je doorvoelt de doorkneedheid met het klassieke drama die de
schrijver als vertaler en toneelman heeft, het beste boek wat een
boekenweekgeschenk sinds tijden heeft opgeleverd (op de laatste 2 zinnen na, en
misschien 3 of 4 zinnen – daar gaan we niet om zotten.
Lézen!