Deze week is het Simenon-week op de franse radiozender
France Culture en ze zenden elke dag een paar uur interviews en reportages uit
over deze legendarische veelschrijver vooral bekend van de detectiveromans rond
Inspecteur Maigret (een literaire Columbo?).
Ik moet zeggen dat deze achtergrondinformatie motiveert om
weer eens een boekje van deze ‘meester van de sfeertekening’ te lezen (het
miezerregent veel in zijn boeken, in de schemering).
Fans van Martin Bril zullen wel blij zijn te weten dat hij
eens een ‘Maigret-aanval’ had en niet rustte voordat hij ze allemaal in zijn
bezit had en gelezen.
Toen hij met zijn eerste boeken aankwam bij de uitgever
vroeg die ze wat ‘minder literaire’ te maken, want zo zouden ze niet goed
verkopen.
Eerst schreef hij zijn boeken op in spiraalringbanden, met
de hand, en tikte vervolgens de hoofdstukken uit die af waren, maar later hij
schrijven met de hand een te weinig ‘artisanale’, handwerkerige handeling, en
de langzame noteersnelheid wekte ook de neiging in de hand te lang over de te
kiezen woorden na te denken, waardoor de tekst te literaire, teveel opgeleukt
werd.
Hij verhuisde regelmatig om in die nieuwe omgeving dan verse
inspiratie op te doen.
Hij stond dagelijks om 6 uur op, om 10 uur naar bed, had
zijn werkkamer op het zuidoosten om van de zonsopgang te profiteren, waar hij
steeds van genoot.
Dagelijks nam hij eerst de post door, en daarna werd aan de
roman geschreven.
Hij begon met een bakje koffie, daarna thee, middageten,
uileslaapje, bakje koffie, thee, bleek 1,2 liter te zweten op een dag dat hij fulltime
aan een roman werkte en kwam elke voltooide roman in totaal 1 kilo in
lichaamsgewicht aan.
Na de tweede wereldoorlog vluchtte hij naar Amerika omdat
hij verdacht werd van collaboratie: hij leverde zijn teksten aan een Parijs
bedrijf wat in de oorlog werd overgenomen door de Duitsers, zijn contracten
stamden echter van voor die tijd – in tegenstelling hielp hij juist
vluchtelingen in het begin van de oorlog.
Hij wilde niet dat zijn boeken in poket werden verkocht
omdat hij dacht dat dat minder geld zou opleveren, maar dat bleek een
vergissing.
Dagelijks liep hij ongeveer 15 kilometer, bij voorkeur in
vlak landschap en bossen.
Na in 3 maanden weer een roman geschreven te hebben ging hij
de stad in om het met een bezoekje aan een peepshow te vieren.
Alcohol drinken deed hij zelden, een paar keer per jaar een
fles champagne.
Toen hij na het optikken van zijn laatste romantitel (Victor)
begreep dat er niets meer kwam, heeft hij het papier weer uit de typemachine
gehaald en is de stad in gegaan om een dicteerapparaat te kopen om aan zijn
memoires te beginnen.
Hij rookte de hele dag pijp, omdat hij niet kon inhaleren,
en had een enorme voorraad omdat de pijpen absoluut koud moesten zijn, elke
maand hield hij ook een ‘pijpenonderhoudsdag’.
Hij is er erg trots op dat zijn eerstgeboren zoon als eerste
Simenon zijn eindexamen op zak heeft en afgestudeerd is aan een universiteit.
Behalve veelschrijver was hij ook een goed zakenman die goed
geld wist te bedingen voor zijn boeken en films.
Van politiek moest hij niets hebben, vond dat allemaal
huichelaars.
Om te schrijven, vond hij, moet je in goede conditie zijn,
schrijven van romans is topsport, tenminste, het schrijven van 3 romans per
jaar..
This editor requires Internet Explorer 5.0+, Netscape 7.1+, Mozilla 1.4+,
or an equivalent Gecko based browser. A regular textarea will be displayed
instead.